Wegen van gezonde voeding

Domein
Metend rekenen
Leeftijd
Oudste kleuters

Ontwikkeldoel

De kleuters kunnen bij benadering een voorwerp meten met een zelfgekozen maateenheid.

 

Differentiatie naar boven (conservatie):
De kleuters kunnen handelend en verwoordend, aangeven dat een bepaalde grootheid (lengte, inhoud, volume, gewicht, oppervlakte) van een ding dezelfde blijft, hoe dit ook geplaatst of geordend is in de ruimte.
 

ZILL

WDmm2

Inzicht verwerven in het meetproces

• 4-6j   Voorwerpen bij benadering 'meten' met een zelfgekozen maateenheid

WDmm3

Schatten, meten en rekenen met maateenheden

• Gewicht

• Gewicht >  4-6j Onderzoeken van het begrip gewicht als ‘hoe zwaar is iets’ door te wegen met de handen of een balans en daarbij woorden gebruiken zoals zwaar, licht, zwaarste, lichtste


Differentiatie naar boven (conservatie):

WDmm1

Vergelijken en ordenen zonder maateenheden

• 4-8j   Ervaren en illustreren dat sommige handelingen niets veranderen aan de grootte van de dingen

 

GO

Kwantitatief vergelijken
De kleuters:
§§       kunnen bij benadering een voorwerp “meten” met een zelfgekozen maateenheid (O.D. 2.6.)
 

Differentiatie naar boven (conservatie):
De kleuters:
§§       ervaren de wezenlijke en niet-wezenlijke aspecten van een grootheid.

handelend en verwoordend, aangeven dat een bepaalde grootheid (lengte, inhoud, volume, gewicht, oppervlakte) van een ding dezelfde blijft, hoe dit ook geplaatst of geordend is in de ruimte. (O.D. 2.5.)                                           

OVSG


 

Differentiatie naar boven (conservatie):



 

Mogelijke thema's zijn:

  • gezonde voeding
  • voedingsdriehoek
  • fit en gezond
  • bij de tandarts
  • bij de dokter
  • enz. 

De benodigde materialen zijn:

  • balans
  • groenten bv. snoeptomaten, broccoliroosjes, wortelen
  • graanproducten bv. een aantal sneden brood
  • snijplanken en messen
  • 1 liter water
  • maatbeker
  • doorzichtige plastieken bekers (met strepen erop aangeduid)
  • de drankflessen van de kleuters

STAP 1 aanknopingspunt

De voedingsdriehoek wordt nader bekeken met de kleuters.

Er wordt stil gestaan bij de aanbevelingen dat een kind zeker 1 liter water dient te drinken per dag, 100 gram groenten moet eten per dag en 125 gram graanproducten (zoals brood). 

Er wordt gepolst bij de kleuters of ze weten hoeveel dit is, 1 liter, 100 gram, 125 gram? (De kleuters zullen hier meestal nog geen idee van hebben.)

Er wordt aangegeven dat we samen op onderzoek zullen gaan en bekijken hoeveel dit dan precies in.
Dit gebeurt in kleine groep (ongeveer 4 kleuters per groep) maar iedereen krijgt de kans om aan bod te komen. 
De opdrachten worden verspreid over verschillende groepen en verschillende momenten/dagen.

STAP 2 exploreren (in kleine groep)

De kleuters krijgen de ruimte om te exploreren met de materialen. Als leerkracht observeer je en speel je eventueel mee.

Indien de interesse afneemt wordt er over gegaan naar de volgende stap.

STAP 3 wiskundige kern (in kleine groep)

Ik pols bij de kleuters of ze al iets ontdekt hebben. 

We gaan in op ‘1 liter water’. Ik vraag aan de kleuters of ze weten hoeveel we dan eigenlijk moeten drinken per dag. Wat dat precies is ‘1 liter’? Ik laat de kleuters vertellen. Ik verwijs (indien nodig) ook naar de materialen die aanwezig zijn: een fles van 1 liter (ter kennismaking wijs ik ook even de aanduiding ‘1l’ aan op de fles) en de bekers. Wat zouden we hiermee kunnen doen? 
Samen met de kleuters wil ik ertoe komen dat we nagaan hoeveel bekers we kunnen vullen met 1 liter. We zullen er wel moeten voor zorgen dat er in iedere beker evenveel zit. We zullen ook de bekers niet boordevol mogen doen want dan morsen we bij het drinken. Al doende maak ik de kleuters bewust van deze inzichten. 

De link wordt ook gelegd met hun eigen waterflessen. Hoeveel bekers kunnen we vullen met het water uit onze waterfles? Na een aantal ervaringen laat ik de kleuters ook schatten. Hoeveel bekers zouden we met jouw waterfles kunnen vullen? Meer of minder dan 1 liter? Meer of minder dat die andere waterfles?

Differentiatie naar boven:
Omwille van de verschillende vormen van de waterflessen kan ook het conservatieprincipe aan bod komen. Visueel lijkt het alsof er meer water kan in die ene waterfles (bv. langer maar smaller) maar dit blijkt uiteindelijk niet zo te zijn. 

Vervolgens gaan we in op ‘100 gram groenten’. Ook hier volgen we terug dezelfde werkwijze. Wat betekent ‘100 gram groenten’? Hoeveel groenten zijn dat? Ik voorzie een balansweegschaal met een gewicht van 100 gram. Ik vraag aan de kleuters wat we hiermee kunnen doen.
Ik voorzie verschillende groenten, bv. spruitjes, broccoliroosjes, snoeptomaatjes, wortelen. Al doende gaan ze na hoeveel groenten we telkens nodig hebben om tot 100 gram te komen. Hier kunnen we de kleuters ook het bijkomend inzicht bezorgen dat we niet telkens dezelfde hoeveelheid groenten nodig hebben om 100 gram te bekomen. Hoe komt dat?
We starten met de spruitjes, broccoliroosjes, snoeptomaatjes (hoeveel stukken hebben we nodig om 100 gram te bekomen). Daarna wegen we de wortels, hier is nl. de kans klein dat een exact aantal wortels het nodige gewicht zal hebben. Kleuters zullen dus op zoek moeten naar een oplossing. Hoe komen we toch aan 100 gram wortelen? 

Ook hier kan de link gelegd worden met hun eigen groenten/fruit.  Hoeveel fruit hebben we mee? We leggen dit ook even op de weegschaal? Minder of meer dan wat nodig is? Ook hier laat ik ze schatten na een aantal ervaringen.

Differentiatie naar boven
Het conservatieprincipe kan ook hier aan bod komen voor diegene die eraan toe zijn. Ik vertrek vanuit een ‘volledige’ broccoli en verdeel vervolgens de broccoli in verschillende roosjes. Ik vraag wat er nu meer, minder of evenveel zou wegen? Ik laat ze dit ook met de balansweegschaal ervaren. 

En tenslotte staan we ook stil bij de ‘125 gram graanproducten’. We passen dit toe met brood. Ook hier volgen we dezelfde werkwijze. We maken gebruik van een gewicht van 100 gram en een gewicht van 25 gram voor op de balansweegschaal. En we gaan na hoeveel sneetjes brood dit zijn.

Differentiatie naar boven: het conservatieprincipe. We vergelijken het gewicht van een ‘volledige’ boterham met een boterham die in stukjes is gesneden. 


 

STAP 4 terugblik

Wanneer een groep aan de beurt is gekomen, laat ik de kleuters verwoorden en tonen wat we nu kunnen begrijpen onder ‘1 liter water, 100 gram groenten en 125 gram graanproducten’. Ik pols ook bij hen of ze weten of ze dit wel eten en drinken iedere dag.

Van hieruit kunnen we ook tot volgende vervolgactiviteit komen, nl. we gaan tijdens ons thema iedere dag na of we voldoende gezond hebben gedronken en gegeten. Hoe kunnen we dit nu bijhouden?
 

Klik op de afbeelding om groter weer te geven.