Een ketting met een patroon

Domein
Meetkunde
Leeftijd
Oudste kleuters

Ontwikkeldoel

De kleuters kunnen vanuit een patroon een rij of een reeks dingen verder zetten. In het patroon kunnen aantallen (beperkt tot 5) en/of kwalitatieve kenmerken (beperkt tot twee gemeenschappelijke) voorkomen.

ZILL

WDlw4

Redeneren over wiskundige patronen en verbanden

WDmk1

Inzicht verwerven in ruimtelijke oriëntatie en ruimtelijke relaties

• 2.5-6j   Een ruimtelijk patroon handelend in één dimensie verderzetten

GO

DE RUIMTE STRUCTUREREN
De afgebeelde ruimte
De kleuters kunnen: vanuit een patroon een rij of een reeks dingen verder zetten. In het patroon kunnen aantallen(beperkt tot vijf) en/of kwalitatieve kenmerken (beperkt tot twee gemeenschappelijke) voorkomen. (O.D. 3.4.)
 

OVSG


 

 

Mogelijke thema's zijn:

  • carnaval
  • zich verkleden
  • ik maak mij op
  • spiegeltje spiegeltje aan de wand
  • sprookjes
  • vormen
  • kralen en kettingen
  • enz.

Het maken van een kralenketting kan in allerhande thema's aan bod komen, maar zeker ook los van een thema.

 

De benodigde materialen zijn:

  • kralen
  • kettingen

STAP 1 aanknopingspunt

Er wordt vertrokken vanuit de probleemstelling dat we een ketting willen maken (bv. voor mama, voor mezelf, om ons te verkleden als een indiaan, als een prinses, enz.). De kleuters mogen mogelijkheden aangeven hoe we zelf een ketting kunnen maken. Ter ondersteuning worden er verschillende materialen voorzien. 

In kleine groep mogen telkens een aantal kleuters aan de slag gaan.
 

STAP 2 exploreren (in kleine groep)

De kleuters krijgen de ruimte om te exploreren met de verschillende materialen. Ze mogen vrij een ketting maken.
Observeer en speel eventueel mee.

Neem hier voldoende de tijd voor.
Indien de interesse afneemt gaan we over naar stap 3.

STAP 3 wiskundige kern (in kleine groep)

Ik speel mee en maak ook een ketting mét een patroon erin verwerkt. Wanneer de kleuters dit (niet) opmerken, kaart ik het aan en laat ik de kleuters verwoorden welk patroon er aanwezig is.

We passen de moeilijkheidsgraad aan de mogelijkheden van onze kleuters aan > jongste kleuters: beperkt patroon (bv. ABABAB) en eenvoudige kenmerken (bv. kleur) – oudste kleuters: groter patroon (ABC ABC ABC – ABAC ABAC ABAC) en moeilijker kenmerken (bv. vorm). 

We vragen aan de kleuters hoe we onze ketting moeten verder afwerken. Ook de kleuters krijgen de kans om een ketting met een patroon te maken (we laten ze hierbij vrij, ze kunnen ons patroon kopiëren maar ook zelf een patroon ontwerpen – differentiatie). 

We nemen telkens een foto van de gemaakte kettingen met patroon en voorzien deze ter inspiratie. 
 

STAP 4 terugblik

De kleuters tonen hun kettingen aan elkaar en verwoorden het aanwezige patroon.

Bijkomend kunnen we nagaan welk patroon er het meest werd gevolgd (~ doel ‘tellen en vergelijken).

Klik op de afbeelding om groter weer te geven.